Banklok

Banklok | Raads- of Waakklok

In onze moderne tijd is het moeilijk zich een samenleving voor te stellen zonder telefoon, radio of televisie. Toch beschikte de middeleeuwse samenleving over een effectief communicatiemiddel: Zo had ook de stad Utrecht haar "Banklok".

Reeds vroeg in de 15de eeuw werd ze al vermeld. Ze hing vanouds in de Buurtoren omdat de stad Utrecht in die dagen niet over een stadhuis beschikte en omdat de raadsleden van de stad deels zitting hadden in het parochiebestuur van de Buurkerk. De Banklok gold voor het stedelijk rechtsgebied, de "stadsban", welke ongeveer halfweg de Biltstraat eindigde en gemarkeerd was door een symbolische poort.

De Banklok kende tal van belangrijke functies in de Utrechtse samenleving, zoals het op vaste tijden bevestigen van raadsbesluiten, en nieuwe burgers "ter clocken uutcondighen". Ook eigen­domsoverdrachten werden clocken gheluut", "onbeluut" hadden ze geen rechtsgeldigheid. Tal van keuren en publicaties liet de stad in een als "luyboeck" aangeduid register vastleggen.

De Banklok onderstreepte het gezag van het rechtsprekende college, een eventuele misdadiger moest zich "voer die clocke" verdedigen. Zelfs bij vrijspraak kon hij veroordeeld worden in de onkosten van de rechtsgang zoals het luiden van de Banklok! De Banklok functioneerde ook als stormklok en bij tal van vijandigheden, dreigingen van buiten af of bij interne politieke onlusten die de stad in die dagen kenmerkten.     

Zo had de raad in 1455 44 bekkenslagers benoemd die verspreid over de stad woonden. Zij moesten bij oproer als eerste alarm slaan waarna een parochieklok òf de Banklok het alarm overnam. In 1483 bepaalde het stadsbestuur, dat na geven van dit alarm "een ygelyck ter muren loipen sell, alleens off men die ban­clocke sloege";  weerbare burgers moesten zich ter stond verza­melen waarbij verzuim bestraft werd.

Het spreekt voor zich dat de luiders van de Banklok politiek betrouwbaar moesten zijn. Immers, zij dienden te luiden voor al dan niet gewenst alarm bij interne politieke onlusten. Toen Karel V in 1528 een einde maakte aan de stedelijke vrijheid werd het gebruik van de Banklok onder hoger gezag geplaatst en misbruik werd bestraft ("dat zoude men terstont mitten sweerde aen hoeren liven rechten").

De betekenis van de Banklok nam na 1528 snel af. Alleen als brandklok bleef ze in functie tot ongeveer 1912. Tot dat jaar waakten toren- en brandwachters over Utrecht vanaf de weergang op de Buurtoren. Haar huidige functie is vooral (sinds 1980) het einde van de werkweek aan te kondigen op zaterdag, even voor 17.00 uur (winkelsluitingstijd). Bovendien luidt ze op nationale feest­dagen en soms nog bij de installatie van een burgemeester.

De Utrechtse Banklok werd gegoten door de Utrechtse klokken­gieter Steven Butendiic, bijgestaan door zijn broer Aernt, in 1471 "op die octavo van Onser Vrouwen Assumptio" (15 aug, Maria - Hemelvaart). Ze werd een maand later reeds ingebruik genomen op "St Mattheus des avonts te 5 uren". Ze weegt "5700 pont ende 30" (= ca 2600 kilo) en is zelfs in onze tijd een grote klok te noemen. Ze is in de hele binnenstad te horen.

Banklok met opschrift (eerste regel)

 Op vijf van de zes kroonarmen zijn misdadigerskoppen afge­beeld. De zesde kroonarm is leeg en was als afschrikwekkend voorbeeld gereserveerd, je was in ieder geval gewaarschuwd! Verder sieren een aantal figuurreliëfs de flank van de klok, onder andere de Aanbidding der Driekoningen. De onder­doorsnede van de klok meet 166 cm, ze klinkt in de toon Bes°.
Muzikaal geldt ze als een der fraaist klinkende klokken van ons land, historisch is ze voor de Utrechtse geschiedenis van grote betekenis.
Andere steden die nog over een stadsklok beschikken zijn ondermeer Den Bosch, Delft, Dordrecht, Haarlem en Antwerpen (2x), Doornik en Gent.

Literatuur:
De bouwgeschiedenis van de Buurkerk te Utrecht

Auteur : Th. Haakma Wagenaar, 1935

Klokgegevens :
Diameter : 166cm.
Slaglijn : 1320mm. circa
Kop. Bi.bo. : 869mm.
Slagring : 115, 113, 112, 115mm

NW, NO, ZO, ZW
Slagvlak noord : 108mm.  /   Slagvlak zuid : 107mm.       
Dien ten gevolge zweeft de klok bij uitklinken enig, karakteristiek bij Butendiic-klokken.
Geschat gewicht ruim 2600 kilo, (5730 ponden).
Slagtoon    bes0    - 22cents   ( a=440HZ. )

Klankanalyse : (SvGeuns, 1990)
Grote tertsBes -80/-70/-63  ( in sept. 2006 )
PriemBes0 -17
TertsDes1 + 6
KwintF1  -110
OctaafBes1 - 22
DeciemD2 – 16
DuodeciemF2  - 18
SextiemG2 + 10
Dubbel OctaafBes2 + 48
KwartEs3

Opm. SvG.:
De klok wordt alom geprezen om haar klankzuiverheid, de duidelijk hoorbare zwevingen zijn karakteristiek bij Steven Butendiic.

Randschrift :
Opschrift geheel gesteld in gotische minuskels (circa 30 mm.) als volgt:
1ste regel :✗ ◉ vox ego sum crifti  prohibens qđ non posuisti ☘ tollere que scisti tua non fore cur rapuisti ☘ hinc tibi pena grauis reboo iuftifqz suauis ⚜ anno dnî  m° cccc° lxxj°
2 regel: recht te doen ◊ daer op west coen ◊ dat niit te laten ☘ het sterket die goei ◊ die quaei neemt hoei ◊ ende moet hem zaten ✗ zweer van denmerken heft mi doen maken ☘ steven butendiic
(bij ’...doen maken...’ is de overgang naar incomplete 3de regel.)

Bijzonderheden (SvG):
✗  =  wijdingskruisje type Butendiic ( Geerte, Brielle, Naarden, Zweins e.a. )
◊ = liggend ruitje
☘ = motiefje driebladig+steeltje
⚜  =  franse lelie
◉  =  soort van zegel / muntstuk
qđ  =  afkortingsteken boven d
dnî  =  afkortingsteken staat boven i
m⁰ / cccc⁰ / lxxj⁰
crifti  =   bedoeld is hier  christi

 

Behoudens de eind-‘ss’ zijn de letters s van het lange type.

Sierringen
- Zeer spaarzaam, drie paar sierringen waar tussen twee regels van het randschrift. Het onderste paar is doorbroken t.b. van het medaillon
- Op de faussure een wolm.
- Aan de lip en op de kop géén enkele sierring.

Sierfriezen
- Een staande eikenbladfries aan weerszijde een klein blad als motiefelement, repeterend per 63mm., hoog 55mm.
Aan voor- (met 1 1/3  element) én achterzijde (met 4 elementen) wordt dit ritme onderbroken door een hoger en ander type fries  bestaande uit gebonden kleine bogen daarboven franse lelies, 3 lelies per element. Een soortgelijke lelie is ook opgenomen in het randschrift als woordscheiding.
- Aan voorzijde staat direct boven de munt aan het begin van het randschrift een lelie door de bovenste sierring.

Onduidelijk is waarom schijnbaar plotseling een ander sierfries is toegepast.

Reliëfs op de flank
Aan de voorzijde treffen we een 4-tal reliëfs en een muntafdruk (?) aan. De plaatsing van de elementen komt archaïsch over.
1. Medaillon (118.5mm.) voorstellend de kruisiging, doorsnijdt de onderste dubbele sierringen en markeert het begin van de tweede tekstregel. Links onder daarvan :   
2. Medaillon (90mm.) voorstellend 'Aanbidding der Driekoningen'. Rechts daarvan na 'steuen butendiic' :
3. Medaillon (120mm.) met afbeelding 'Verzoeking in de Woestijn (naar S. Muller Fz.)
4. Rechthoek (82mm. breed, 66mm. hoog) met afbeelding van de 'Geboorte van Christus' , daaronder zien we vaag :
5. Muntafdruk (22mm.) niet herkenbaar om welke munt het gaat.

Kroon
- Geheel traditioneel van vorm. Vijf van de zes kroonarmen zijn voorzien van grillige koppen (welke haast doen denken aan Jeroen Bosch), ieder kopje is uniek. De klokgieter deed dit ook bij andere van zijn klokken. Eén enkele kroonarm is niet van een kopje voorzien, traditioneel wordt gezegd dat dit de 'uitbanning' uitbeeld.
- De kroon staat niet nauwkeurig gecentreerd waardoor het wijdingskruisje circa 15 cm. naar links verschoven staat. De enkele kroonarm zit boven 'ego' / 'neemt'  van het randschrift.

Klokprofiel:
Alle kenmerken van een Butendiic-profiel zijn aanwezig. Opvallend zijn daarbij dat de trekmal duidelijke kenmerken vertoond waaruit blijkt dat bij de constructie van het profiel gebruik gemaakt is van de segmentenmethode, dit uit zich in duidelijke horizontale oneffenheden. Butendiic werkt niet heel nauwkeurig daarom dat de klank bij zijn klokken zwevingen laten horen, kenmerkend voor Butendiic-klokken dus .

Overige bijzonderheden :
- Archivarisch is veel gedocumenteerd rond de ingebruikname en toonhoogte.
- In de periode 1714 / 1721 was de klok afgetakeld met als doel ze te verkopen. Men zag daarvan af en vanaf 1721 tot 1942 hing de klok het tussen de kerkklokken in het middelste luidvak in een oud paar steltlagers en nog steeds aan een rechte houten luidbalk (foto). In de periode 1942 tot 1961 was de klok niet luidbaar. Vanaf 1961 tot 2002 hing de klok precies in het midden van de toren als enig luidklok. Ze luidde op een motor, sinds 1980 iedere zaterdagmiddag om 17.00uur. In 2002 werd de klok weer opgetakeld naar de plek die ze in 1714 had verlaten, de klok bleef hangen aan de luidbalk van 1961. Ze luidt iedere zaterdagmiddag én sindsdien ook ter aankondiging van Raadsvergaderingen,inmiddels op handkracht.
- Beschadiging aan de lip (170 x 30mm.) middenvoor, daar heeft de klepel van de Maria-klok de slagrand geraakt. Beide klokken hingen in de periode 1721-1942 te dicht op elkaar. Ook de Maria-klok heeft op deze wijze een beschadiging opgelopen.  
- Een oude gesmede klepel is nog aanwezig. 
- De klok heeft de toren nooit verlaten.

- De klok van grote cultuurhistorische betekenis voor de Stad Utrecht, de klok symboliseerde de Stedelijke Vrijheid. Klokkenkundig is ze hoogst interessant en merkwaardig, ze geldt als belangrijkste klok van het oeuvre van Steven Steven Butendiic als is ze niet zijn grootste klok.
2016SvGeuns

gepubliceerd/gewijzigd 20 januari 2017 (server-tijd: 0,0484 s)

 
   
Utrechts Klokkenluiders Gilde contact | email | 06 1292 9894