Raads- of Waakklok

Banklok | Raads- of Waakklok

In 1535 voelde men een behoefte aan een zwaardere raads- of waakklok met een verder dragend geluid. De raad bepaalde zelfs "dat men voortaan een groet Waeckclock des avonts luden sell", maar het wordt niet duidelijk op welke klok men doelde. Waarschijnlijk was de oude al uit het torentje op de torenkap verdwenen, aangezien Jan Tolhuys in 1541 een geheel nieuwe, dus niet hergoten waakklok leverde met een gewicht van 929 pond. Hiertoe kocht hij 904 pond klokspijs en 25 pond tin te Amsterdam. als gietloon ontving hij 2 £ en 10 schelling voor elke 100 pond en het burgerschap. In de week na Translatio Martini 1541 (4 juli) werd zij in het torentje aangebracht, waaruit de timmerman eerst enige karbelen moest weghakken omdat de klok niet kon overgaan. 

De klok was bedoeld als kerkklok. In het randschrift staat de naam salvator  vermeld, maar de klok bleek qua toonzetting niet in het kerkgelui te passen en werd door de kerkmeesters van de Buurkerk afgekeurd. Het gemeentebestuur heeft de klok toen overgenomen en sindsdien hing hij als nieuwe (wereldse) Waakklok in een aparte torenspits die de houten opbouw van de toren (de berchvrede) bekroonde. Dit 'torentje op de toren' overleefde vreemd genoeg de stormramp van 1 augustus 1674 die een verwoestend spoor door Utrecht trok en de 'skyline' van de stad voorgoed veranderde. Omdat de spits overeind is gebleven heeft ook de Waakklok de storm overleefd. In 1678 werd de torenspits vervangen door de huidige koepel.

Bij de klokkenvordering in de Tweede Wereldoorlog werd ook de Waakklok afgevoerd naar Duitsland, kwam na de oorlog weliswaar terug in Utrecht maar werd niet meer in de torenkoepel opgehangen. In 1961 werd de klok geplaatst in de zuidertoren van de Nicolaïkerk, waar hij tot 1997 dienst heeft gedaan als kerkklok. In 1997 werd hij, in het kader van het "Utrechts Klokkenplan" uit de toren verwijderd en opgeslagen in afwachting van herplaatsing in de Buurtoren. Op 17 oktober 2001 heeft dat zijn beslag gekregen en werd de klok feestelijk teruggeplaatst op zijn eigen plaats in de koepel.

In 1961 liet het stadsbestuur de gescheurde, maar gerestaureerde waakklok in de zuidertoren van de Nicolaïkerk hangen. In 1997 is deze klok, in het kader van het 'Utrechts Klokkenplan' weer uit die toren verwijderd om plaats te maken voor een nieuw gelui van 4 klokken.

Op 17 oktober 2001 is de Waakklok, onder het toeziend oog van twee Utrechtse wethouders en een grote schare van belangstellenden teruggeplaatst op zijn 'eigen' plek in de Buurtoren.

Sinds 15 juli 2002 heeft deze klok, nu uiteraard symbolisch, zijn oude taak weer opgepakt. Om 7.55 uur en om 21.55 uur wordt de klok van maandag tot en met zaterdag kort (gedurende 1 minuut) geluid. Daar hoeft geen klokkenluider voor naar de toren te komen omdat de Waakklok wordt geluid met een motor die via een tijdklok wordt gestuurd.

 

Uit het randschrift van de waakklok blijkt dat hij eigenlijk bedoeld
was als salvator in het kerkgelui.

(foto: Dick van Dijk, 2001)

Klokgegevens
Diameter : 905mm
Gewicht  : 433 kg. (opgave Hans Lachemeijer)
Slagtoon : a1 -57

Klankanalyse (SvGeuns, 29 sept. 2003)
Gr.t.          - 74
Priem        - 40
Ter            - 45       
Kwin         - 45    
Oktaaf   a2 - 57

Klokkengieter
Op grond van uiterlijke kenmerken en gietjaar is de klok zonder twijfel toe te schrijven aan de Utrechtse klokkengieter Jan Tolhuys.

Randschrift
+ VIGILA (O) SVPER (O) NOS (O) ETERNE (O) SALVATOR (O) ANNO (O) DOMINI (O) M (O) CCCCC (O) XLI
+   wijdingskruisje
(O)    locatie van een kopje, gelijkend op die van de kleine Maria-klok 1559.
- Lettertype : een zwierige kapitaal
- De letters van het randschrift zijn (te) klein t.o. van het ritme van de sierringen, als gevolg van de kleine letter staan de woorden ruim

Sierfries
Renaissance motief voorzien van medaillon met naar links kijken kop.

Sierringen
- Kop : niet zichtbaar op foto
- Schouder : Twee dunne sierringen waartussen het sierfries, twee zware sierringen waartussen het randschrift, gevolgd door een dunne sierfries. Het opschrift staat tussen twee heel lichte hulplijntjes.
- Faussure : traditioneel schema twee gekeelde banden waar tussen een gekeelde graad.
- Lip : traditioneel schema, onder eerst een sierring daarboven een gekeelde band.

Kroon
Geheel traditioneel van vorm. De kroon armen zijn voorzien van drie verticale lijnen 'stijl Tolhuys'.

Overige bijzonderheden
- De klok verving een kleinere Waakklok, ze staat in Utrecht bekend als Waak- Raads- én Kermisklok. Kort na 1900 'barstte' de klok bij het inluiden van de Utrechtse Kermis omdat de schooljongens te hard aan het touw trokken ...
- Tot 1942 hing ze op de Buurtoren, gevorderd maar bleef behouden. Maar werd niet meer opgehangen.
- Rond 1961 werd ze luidklok in de zuidelijke Nicolaastoren. In 1997 werd ze daar weer verwijderd.
- In 2002 gelast in Nördlingen (Hans Lachenmeijer) nadat was gebleken dat de klok zeer matig van klank was. Een scheur of barst werd niet gevonden. Na het oplassen van de slagvlakken klink de klok voortreffelijk.
- In 2002 werd de klok weer teruggeplaatst in de koepel van de Buurtoren en luidt dagelijks 's (morgens en 's avonds) enkele minuten.

2016SvGeuns

 

gepubliceerd/gewijzigd 5 september 2016 (server-tijd: 0,0906 s)

 
   
Utrechts Klokkenluiders Gilde contact | email | 06 1292 9894