Salvator

Salvator | Maria | Martinus | Michaël | Ioannes Baptista | Magdalena | Agnes Maior | Agnes Minor | Poncianus | Campana Crucis (Kruisklok) | Beningnus | Thomas | Adrianus | Jezusklokje

 (Wilt u deze klok horen, klik dan op de foto)

KLOKGEGEVENS :
Diameter : 2277 / 2272mm
Slaglijn : 1757mm
Slagring : 166mm
Slagtoon : fis0 -19cents

KLANKANALYSE : A. Lehr 1979/1980
Basis : a = 440 Hz.

grondtoon FIS –192
priem fis°+144
terts a° - 17
kwint cis’ –140
oktaaf fis’ -19
kl..deciem a’ -65
1ste undeciem h’ –113
2de undeciem h’ -78
duodeciem cis” -35
dubbel oktaaf fis” +11
quart dub.okt.
h’’ -33
gr.sext dub.okt. dis’’’-51

OPSCHRIFT : Naar Tommie Hendriks (UKG-publicatie) 2011

 (+) Saluator dicor (Q) cieo templumqz forumqz
(L) Aethera (Q) tartareas ac stygias tenebras
(L) Uentos astrigeros (Q) clangore soni diapason
(L) Perqz nemus (Q) sed mentes iuuenumqz senum
(L) Sum penetrans voce solida dulcore latente
(L) Talis honor nec post condita tecta fuit
(L) Gerhardus de wou me fecit
(R) Anno domini MCCCCCU

- In gotische minuskel en majuskel.
- Het opschrift vult de gehele klokomtrek.
- (+) locatie van het wijdingskruisje.
- Het woord 'Saluator' staat gecentreerd.
- (R) (L) locatie van een roosje of lelie in de tekst.
- (Q) Een liggend kwadrantje circa 5x5mm

- De majuskel is met een nieuwe matrijs gevormd, dit gebruik te Utrecht is te beschouwen als een novum.
- Bij de minuskels zijn de eind-ss zijn het gangbare korte type. Alle overige ss-en zijn van het lange type.

FLANKRELIËFS EN SIER

Flankreliëfs :
- Op de flank twee maal (diametraal geplaatst en gecentreerd onder wijdingskruisje) een ca. 40cm. hoog reliëf van de 'Verlosser met de wereldbol in zijn hand'. Een zelfde reliëf is eerder geplaatst op de Salvator-klokken te Kampen 1482 en Brunswijk 1502. Een halve ‘Salvator’ is geplaatst op de klok te Emlichheim 1516.
- In 1511 blijkt Hinrick van Kampen over de Salvator-matrijs te beschikken (Feuerglocke in Halbersstadt 1511 ).

Sierringen :
- Kop : afwijkend van normale schema's zien we (vanaf de kroon) te schema 2 1 2 1.
- Faussure : geheel traditioneel, vanaf de lip : 306 / 346m / 387 // Nieuw gemeten 31 jan 2015 : 301, 322, gr. 341 , 356, 380mm.
- Lip : hier enigzins afwijkend. Na de sierring volgt een band welke 'slap' is vormgegeven. Het zijn nauwelijks meer dan twee hoekige steken, alsof een band wordt aangezet maar niet is uitgewerkt. We zien dit incidenteel terugkeren bij jongere klokken.
-Onderzijde ring 25mm , band tussen 55 en 80.
- Sierringen rond de schouder zijn praktisch eenvoudig, zónder 'kamperneus'. Schema : een kleine bovenste ring waarop de lelies zijn geplaatst, een 'gewone' sierring , twee hulplijnen waartussen het opschrift, een 'gewone' sierring gevolgd door een afsluitende kleine ring waartegen het eikenblad is aangebracht.

Sierfriezen :
- Staande : Afwisselend grote en kleine Franse-lelies / fleur-de-lis zoals eerder toegepast in Erfurt.
- Hangend : Afwisselend het grote/kleine eikenblad-motief met boogje verbonden zoals eerder toegepast in Erfurt, Recklinghausen ( staande én hangend ) en Braunschweig.
- Zowel de lelies- als het eikenbladmotief bevat zelf ook een sierring waardoor een extra sierring ontstaat welke niet door de trekmal is gevormd. Deze sierring is dan ook per element samengesteld, spaties bleven zichtbaar.

 Kroon :
- In model geheel traditioneel.
- De kroonarmen zijn van decor voorzien bebaarde mannenkoppen, een gekeelde middengraad, weerszijden een touwband, een hol en een
parelrand waarbij de parels uit elkaar zijn geplaatst, vervolgens een extra rij halve boogjes om de breedte van de kroonarm te vullen. Dit decoor is daarmee uitgebreider dan van de volgende drie Domklokken.
- Het deel van de kroonarm dat tegen de houten luidbalk wordt geplaatst en derhalve niet in zicht zou blijven, is niet van decor voorzien. Dit geldt ook voor de volgende drie klokken in Utrecht. eerder ook te Erfurt e.a..
- Een foto uit 1928 toont het middenoog, daarop drie giettappen herkenbaar zijn.

OVERIGE BIJZONDERHEDEN

- Hoog op de flank tegen de kop van de klok aan de binnenzijde ( thans zuidzijde ) bevindt zich een uitstulping van brons : een ‘vorm/gietfout’
- Midden op de flank binnenzijde ( thans noordzijde ) een kleine gietfout, een frots, welke direct werd weggewerkt, sporen van herstel bleven zichtbaar. vergelijkbaar herstel wordt meer aangetroffen bij Van Wou-klokken.
- De klok is in de 17de eeuw ( in 1658 of 1661 : in deze periode hing de klok in een krukas ) reeds over 90° met de klok mee gekeerd, voorheen wees het wijdingskruisje naar het noorden.
- In de klok functioneert de oude 'Van Wou-klepel' welke in het midden sporen van herstel laat zien, wat de Domrekeningen melden in 1531, de klepel werd toen in Amsterdam hersteld.
- De klok heeft vier grote slagvlakken, ook het oude paar vertoont uitslag van stukjes brons.
- Sporen van eenzijdige aanslag zijn niet overtuigend aangetroffen.
- Op de slagring a/d buitenzijde is nog aan te wijzen waar de slaghamer de klok raakte in de periode (circa) 1666 / 1906.

 2016SvGeuns 
(Foto: W vd Hulst)

 

 

 

gepubliceerd/gewijzigd 26 september 2016 (server-tijd: 0,2239 s)

 
   
Utrechts Klokkenluiders Gilde contact | email | 06 1292 9894