Maria

Salvator | Maria | Martinus | Michaël | Ioannes Baptista | Magdalena | Agnes Maior | Agnes Minor | Poncianus | Campana Crucis (Kruisklok) | Beningnus | Thomas | Adrianus | Jezusklokje


(Luisteren naar de klok, klik op de foto)

KLOKGEGEVENS :
Diameter 2035mm
Slaglijn 1565m
Slagring 150mm
Slagtoon : gis0 -15cents

KLANKANALYSE : A. Lehr 1979/80
Basis : a = 440 Hz.

grondtoon GIS –160
priem gis°+112
terts h° -12
kwint dis’-135
oktaaf gis’-15
kl.deciem h’ –35
1ste undeciem cis”-100
2deundeciem cis” –67
duodeciem dis”-29
dubbeloktaaf gis”+18
quart dub.okt. cis’’’-28
gr.sext dub.okt. eis’’’-48

OPSCHRIFT: naar Tommie Hendriks (UKG-publicatie) 2011

(+) Sum regina maria poli virgoqz tonantis (Q)
Tempe potens matrona (Q)
Sacri partis inclita mater (Q)
Eterno mansurum que gero tempore nomen (Q)
Insidias calcans astusqz dolosqz superbi (Q)
Demonis et rabidas acherontis contero flammas (Q)
Gerhardus de wou me fecit Anno
MCCCCCU

- In gotische minuskels en majuskels
- Het opschrift vult de gehele klokomtrek.
- (+) locatie, van het wijdigskruisje.

- (Q) Een liggend kwadrantje circa 5x5 mm.
- Eind-ss zijn het korte type, overige ss-en zijn lang.

 - Bijzonder is op te merken dat wegens de lengte van de tekst er geen roosjes zijn geplaatst tussen de woorden. Zelfs verviel ook het woord 'domini'.

FLANKRELIËFS EN SIER

Flankreliëfs :
Op de flank twee maal (diametraal en net niet gecentreerd ) een ca. 42cm. hoog reliëf van de Madonna op een halve maansikkel met kind op haar arm. Een gelijk reliëf plaatste Van Wou op klokken te o.a. te Kampen 1481, Hamburg 1487, Stendal 1490, Lüneburg1492, Erfurt 1497 ( Dom én Severi ), Braunschweig 1502. Van Wou maakte te Utrecht in 1505 voor de laatste maal gebruik van de Madonna-sjabloon. In 1521 blijkt Segewijn Hatiseren over de sjabloon te beschikken welke hij gebruikt voor de in 1948 door brand verwoeste klok voor Zutphen St.Walburgis. Mogelijk bleef het flankreliëf na de brand behouden en diende toen als model voor de vervangende klok welke A.H. van Bergen goot.

Kroon :
-
Decor van de kroonarmen identiek aan de Martinus-klok (klokIII), mogelijk in afmetingen net even zwaarder.
- Kroonarmen voorzien van behaarde mannenkoppen van het grote type.

Sierfriezen : identiek aan de Martinus-klok (III).
Staand fries : het gangbare bloemmotief van het type 'Kampen 1481'.
Hangend fries : een gangbaar takkenmotief ('Astwerk') van het type 'Kampen 1481'.

Sierringen :
- Kop : afwijkend schema B-r-R-B-R vanaf de kroon gerekend. In mei 2011 bleek dat na de band (B) een kleine ring (r) volgt, v.v. R-B-R, het lijkt of iemand zich heeft vergist.
- Faussure : traditioneel gemeten : 270, 295mm gr. 312mm , 327, 350mm.
- Lip : enigzins afwijkend als bij de grote Satvator-klok. De band is slap aangezet, het zijn nauwelijks nog twee steken. gemeten : onderzijde ring 35mm, band tussen 59 en 82mm.

OVERIGE BIJZONDERHEDEN
- Het brons zou 21.6 % tin bevatten, meded. André Lehr in 1981.
-
De klok toont behalve vier slagvlakken ( luiden ) nog een aantal slagvlakken ontstaan door eenzijdige aanslag ( beieren ). Een kluster van 3 beierslagvlakken is   opmerkelijk.
- De oude slagvlakken tonen meermalen dat stukjes brons zijn weggeslagen. Bij de twee nieuwe slagvlakken lijkt dit proces zich te herhalen.
- aan de buitenzijde is op de slagring de plek te herkennen waar de slaghamer aansloeg in de periode 1666 - 1906.
- De klok is op 25 mei 1982 over 90° gekeerd, voor heel wees het wijdingskruisje naar het noorden.
- De 'Van Wou-klepel' is nog in gebruik, naar de Domrekeningen ons melden nog afkomstig uit de Magne Campane of Kostverloren-klok welke in 1505 zal zijn versmolten.

2016SvanGeuns
(Foto: W vd Hulst)

gepubliceerd/gewijzigd 28 september 2016 (server-tijd: 0,0732 s)

 
   
Utrechts Klokkenluiders Gilde contact | email | 06 1292 9894