Jezusklokje

Salvator | Maria | Martinus | Michaël | Ioannes Baptista | Magdalena | Agnes Maior | Agnes Minor | Poncianus | Campana Crucis (Kruisklok) | Beningnus | Thomas | Adrianus | Jezusklokje

(Klik op de foto en luid de klok)

KLOKGEGEVENS :
Diameter : 821mm
Slaglijn : 660mm
Slagring : ?
Slagtoon : h1 +31cents

KLANKANALYSEN : A. Lehr 1979/80 én S. van Geuns dec. 1989
Basis : a = 440 Hz.

grondtoon h° -111 / -109
priem h’ +82 / +78/+82 zw.
terts d” +6 / +4 /+14zw.
kwint fis” -16 / -14
octaaf h” +31 / +33
gr.deciem dis’’’+12
1ste.undeciem e’’’ -57
2
de.undeciem e’’’ –30
duodeciem fis’’’+25
dubbeloctaaf h’’’+80

Dr. André Lehr publiceerde in 1980 zijn klankanalysen waarbij het oktaafpartiaal bij deze klok genoteerd werd op ca. 0 cents wat echter is terug te voeren op een lees/schrijffout waarbij wellicht “+ 1” later gelezen is voor “31”.

OPSCHRIFT : naar Tommie Hendriks (UKG-publicatie) 2011 / en uit eigen waarneming (SvG).

(+) ihesus (R) maria (R) iohannes (R) gerhardus (R) de (R) wou (R) me (R) fecit (R) anno (R) domini (R) m (R) ccccc (R) vi

Nadere verklaring randschrif :
- Opschrift is gesteld in één regel in gotische minuskels van het kleinste type. De tekst vangt aan met een gecentreerd wijdingskruisje (+)
- De woorden staan relatief wijd uit elkaar en worden steeds door een roosje (= (R) ) gescheiden.
- De eind-ss zijn van het korte type.

OVERIGE SIER
Sierfries : alleenstaande, gotische fleurons op parelband

Sierringen :
Kop : afwijkend >> alleen twee “Rundstegen” ( >> zie ook : 1506 Utrecht Geertekerk)
Tekstrand : daar lijkt de bovenste hulplijn te ontbreken, onderste is aanwezig. Daarmee staat het randschrift hoger dan normaal tussen twee rierringen.
Faussure : traditioneel
Lip : traditioneel, maar vgl. Salvator 1505 , onderzijde ring 13mm, 'band' tussen 28 en 47mm.
- Opvallend is dat op de kop van de klok het lijnverloop is vereenvoudigd tot twee ruim uit elkaar staande ringen op de traditionele plaats, gelijk bij de Van Wou-klok van de Utrechtse Geertekerk van 1506. Feitelijk kwam de band op de kop te vervallen.

BIJZONDERHEDEN
- De klok toont een aantal kleine gietfouten aan buiten- én binnenzijde.
- Hoog op de flank aan de binnenzijde een aantal (vrij diepe) putjes welke doen denken aan afdrukken van nagels in de kern.
- Aan de onderflank over de gehele omtrek binnenzijde vinden we verticale groeven, mogelijk gaat het hier om een vorm van tooncorrectie.

HERKOMST
De herkomst van deze klok is onduidelijk, in de Domrekeningen over 1506 vv. staat ze niet vermeld, juist dat gegeven geeft te denken zelfs de geringste uitgaven zoals een nieuwe bezem voor de koster vinden we hierin terug. Wel is er sprake van een klok in de viertoren. Deze waaide in 1630 af, de resten ontsierden het kerkdak tot ca. 1664. Voor het eerst in 1662 blijkt ze als 14de klok in berchvrede van de Domtoren te hangen, zowel beiaardier Johan Dix als klokgieter François Hemony maken er melding van. De klok zal een functie hebben gehad die rechtvaardigde dat ze in 1664/65 niet werd verkocht. Het feit dat ze in onbruik waren geraakt leidde tot de verkoop van de zeven kleinste klokken uit 1505.

In de Domtoren hing de klok tot in1928 in het zuidelijk luidvak van de klok Maria waar oorspronkelijk aangenomen mag worden dat de verdwenen klok Beningnus ooit hing. Na 1928 in de nieuwe berchvrede hing de klok ten zuiden van de klok Salvator dus vlak voor het zuidelijk galmgat. Aan haar balken ( van 1928 !) hangt sinds 1982 de nieuwe klok Beningnus. Daarna vanaf mei/juni1982 stond de klok museaal opgesteld in de onder gelegen zgn. Egmondskapel. Op initiatief van het Utrechts Klokkenluiders Gilde naar aanleiding van haar 10-jarig bestaan op Kerst 1989 werd de klok in december dat jaar weer luidbaar opgehangen echter nu onder de klok Magdalena.

Behoudens haar afmetingen hangt er een vrijwel identieke klok in de toren van de Geertekerk, bekend is dat deze klok enkele jaren na de Reformatie aan de Geertekerk toe kwam ter vervanging van de Wijwater-klok. Beide Van Wou-klokken uit 1506 zullen vermoedelijk afkomstig zijn van een gesloten kerkelijke instelling, het is heel goed mogelijk dat deze klokken oorspronkelijk aldaar één gelui hebben gevormd, dit op grond van het feit dat beide klokken muzikaal én qua typische campanologische kenmerken bij elkaar passen.

2016SvGeuns
(Foto: W vd Hulst)

 

gepubliceerd/gewijzigd 29 september 2016 (server-tijd: 0,1535 s)

 
   
Utrechts Klokkenluiders Gilde contact | email | 06 1292 9894