Historie
Op 21 mei gaf aartsbisschop mgr Henricus van de Wetering kapelaan L.J. van der Heijden opdracht om een nieuwe parochie met kerk in de Utrechtse rivierenbuurt te stichten. Zij konden toen niet bevroeden dat ze daarmee het fundament voor een sportschool legden. Op 22 december 1924 zegende deken B.A. de Wit de Sint Gertrudiskerk aan de Amaliadwarstraat in. In de kerstnacht daaraan volgend droeg mgr Van de Wetering de eerste heilige mis op. De kapelaan werd de eerste pastoor van de parochie.
De kerk is ontworpen door Wolter ter Riele en is in een jaar tijd gebouwd. –Driebeukige hallenkerk met brede beuken, op centraliserende plattegrond. Donker interieur geheel uitgevoerd in schoonmetselwerk, overdekt door netgewelven. Typerend werk in het late oeuvre van de architect. Mooie glas-in-loodramen uit de bouwtijd, gemaakt in het Utrechtse atelier Kocken–.
Wegens teruglopend kerkbezoek en stijgen van de kosten van onderhoud is de kerk geleidelijk aan gesloten en op 1 december 2022 “aan de goddelijke eredienst onttrokken” door aartsbisschop Eijk. Sindsdien stond de kerk op Funda. Te koop.
Andere tijden
Ondernemer Arjan Konincks kocht de kerk en liet het voormalige godshuis verbouwen tot een hypermoderne sportschool. Op zondag 3 maart ging de Commit Health Club, “met de zegen van het Vaticaan” van start.
Konincks verbouwde met eerbied voor de rijke geschiedenis van het pand. Traditionele elementen bleven behouden en kregen een geheel nieuwe functie. Sporters kleden zich om in de biechthokjes. Uithijgen na een inspannende oefening kan op één van de houten bankjes. En voor een verfrissing gaat de dorstige atleet naar het altaar; waar de miswijn is vervangen door een gezond sapje.
Bij die traditionele elementen horen ongetwijfeld ook de drie luidklokken: de Maria&Lambertus, Antonius en de Gertrudis. Het Utrechts Klokkenluiders Gilde, dat ijvert voor behoud van zoveel mogelijk luidplekken, mag wekelijks de klokken blijven luiden. En zo veranderen de tijden. En wij met hen?
Foto Sint Gertrudiskerk: Job van Nes, 1984
Foto met de luiders: Rob Huibers